|

Bijzondere ontmoetingen: ‘De roedel’ deel 3: Speurneus Alpha

(Lees hier deel 1, deel 2 en deel 4)

Na de twee husky’s kwam Mechelse herder Alpha in mijn leven, en groeide de roedel naar drie. We haalden hem op uit een flat, vijf hoog. Daar stond hij, temidden van het nestje pups: een wat groot, donzig mormeltje dat dapper op ons afstapte. In de auto ging hij mee, op weg naar een toekomst vol ruimte, vrijheid en avontuur – precies wat bij hem paste.

Vanaf het eerste moment was Alpha een gevoelig mannetje. Hij deed alles om je blij te maken, keek voortdurend of hij het goed deed, en leefde helemaal op van een vriendelijk woord. Tegelijk had hij een enorme speeldrift – dat typische, blije enthousiasme dat je alleen bij honden met een groot hart ziet. De bal was zijn grote liefde. Op het land, in het water, in de sneeuw – als er maar iets te halen viel.

In tegenstelling tot de husky’s, die hun eigen plan trokken, zocht Alpha voortdurend contact. Hij wilde samenwerken, samen spelen, samen zijn. Hij genoot van speurcursussen en kon met trots zijn vondsten brengen: telefoons, truffels, weed. Alles met die trotse, verwachtingsvolle blik van “Kijk eens wat ik heb gedaan?”

We hebben het nog geprobeerd – een blauwe carrière als politiehond. Alpha was slim genoeg, leergierig, sterk, en had de juiste drive. Maar in zijn hart was hij te zacht. Als het serieus werd, koos hij liever voor verbinding dan voor confrontatie. Toen wisten we: Alpha was niet gemaakt voor het politiewerk, maar voor het leven dicht bij zijn mensen.

Alphaatje hoorde niet op een trainingsterrein, maar tussen zijn roedelgenoten, met ’s avonds een plekje op de bank. Of liever gezegd: tegen je aan op de bank – soms zachtjes leunend, maar net zo vaak met een flinke plof, alsof hij dacht: hier hoor ik. Zijn warme lijf tegen je aan, zijn kop op je schoot – het was zijn manier om te zeggen dat alles goed was.

In mijn herinnering zie ik hem nog liggen: ontspannen en tevreden na een lange dag spelen. De bal naast hem, zijn poten languit, zijn ogen groot en bruin. Hij keek je dan aan op die manier die alles zei – dat hij gelukkig was, dat hij erbij hoorde, dat het goed was.

Speuren kon hij goed, ja. Maar zijn grootste talent was misschien wel het veroveren van harten. En dat is hem gelukt – zonder moeite, voor altijd.

Tanja

Lees ook deze blogs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *